Inleiding
In Tessenderlo produceert Dow polystyreen en hogedichtheidspolyethyleen (HDPE). Het gaat om kunststoffen voor de productie van uiteenlopende verpakkingsmaterialen en om kunststoffen die worden toegepast in coatings, draagtassen, emmers, vuilniszakken en allerhande huishoudartikelen.
Zowel op de HDPE-fabriek als op de Styron-fabriek is de productie weer aanzienlijk toegenomen ten opzichte van het voorgaande jaar. De totale productie van de vestiging steeg nogmaals met tien procent.

De gegevens van dit verslag zijn het resultaat van een groot aantal meetprogramma’s die op de Dow-vestiging zijn uitgevoerd. Het betreft onder meer meetprogramma’s op het afvalwater, geleide en niet-geleide emissies en stookinstallaties. Alleen de totaalhoeveelheden worden in dit verslag opgenomen. De individuele meetresultaten zijn eveneens aan de overheid doorgestuurd.
Klimaat en energie
Koolstofdioxides zijn in belangrijke mate bepalend voor het broeikaseffect. Ondanks de sterke stijging van de productiehoeveelheid, was er toch een lichte daling van de CO2-emissie. Dit komt deels door verdere verbeteringen op het gebied van energie-efficiëntie (lagere stoombehoefte) in de HDPE-fabriek, maar ook door het verhoogde hergebruik van hoogenergetisch afvalgas op de stoomketels.
Energie-efficiënt produceren is van belang om de CO2-uitstoot te beperken. Hierdoor vermindert niet alleen de CO2-emissie van Dow, maar ook de emissie van de elektriciteitscentrales. Het totale energieverbruik van de vestiging steeg weliswaar (vijf procent), maar minder sterk dan de productiehoeveelheid (tien procent).

Ozonlaagaantastende stoffen
De uitstoot van chloorfluorkoolstofverbindingen, de zogenoemde (H)CFK’s, heeft een negatieve invloed op de ozonlaag. die ons beschermt tegen de schadelijke straling in zonlicht. De uitstoot ervan was ook in 2006 zeer gering. Dit is het gevolg van een inspectieprogramma op de koelinstallaties.

Verzurende stoffen
Verzurende stoffen zijn voor Tessenderlo stikstofoxides (NOx) en zwaveldioxides (SO2).
In 2006 is meer huisbrandolie gebruikt dan voorgaande jaren, maar aangezien het zwavelgehalte in deze huisbrandolie verlaagd is naar maximaal vijftig ppm (particels per miljoen), is de totale uitstoot uiteindelijk sterk verminderd.

Vluchtige organische stoffen (VOS)
Vluchtige organische stoffen zijn van invloed op smogvorming. De uitstoot van vluchtige organische stoffen daalde met circa tien procent, ondanks de tien procent hogere productiehoeveelheid.
| Vluchtige organische stoffen (VOS) | |||||
| Jaar | 2002 | 2003 | 2004 | 2005 | 2006 |
| VOS (ton per jaar) | 73,2 | 118,8 | 138,8 | 127,2 | 114,4 |
| met hierin o.a.: | |||||
| Ethyleen (ton per jaar) | 18,4 | 41,1 | 38,7 | 32,1 | 25,1 |
| Hexaan (ton per jaar) | 10,6 | 40,0 | 36,2 | 33,9 | 31,3 |
| Styreen (ton per jaar) | 18,7 | 18,2 | 28,3 | 22,2 | 24,2 |
Water: Chlorides
In de milieuvergunning van Dow Tessenderlo zijn reducerende maatregelen opgelegd voor de lozing van chlorides. Door ook in 2006 meer afvalwater van de HDPE-productie terug te winnen, kreeg de ontvangende waterloop (Winterbeek) een lage chloride-uitstoot te verwerken.

Water: Lozing van verontreinigd afvalwater (inclusief regenwater)
Op de vestiging is een waterbekken gebouwd voor opvang en terugwinning van regenwater. Hierdoor is het ook mogelijk geworden om het HDPE-afvalwater voor honderd procent terug te winnen. Het bekken is in gebruik genomen in juli 2006. Ondertussen werd al meer dan 50.000 m3 regenwater herwonnen. Dat resulteerde ook in de flinke daling van het afvalwater. Die daling is echter weer deels tenietgedaan door de sterke productieverhoging en daarbijbehorende verhoging van de hoeveelheid afvalwater van de koeltoren.

Afval
De hoeveelheid extern verwerkt afval is in 2006 sterk verminderd. Dat komt door andere verpakkingsmaterialen van de rubbergrondstof voor de polystyreenfabriek. Zo daalden de hoeveelheden karton met 140 ton en ijzer met 150 ton. Hout daarentegen steeg met 40 ton. Ook werd er dit jaar opnieuw slib samengeperst uit het bassin van de HDPE, zij het in veel kleinere hoeveelheid dan normaal het geval is.

De hoeveelheid extern verwerkt afval is sterk gedaald ten opzichte van 2005, omdat er toen een aantal eenmalige afvalstromen moest worden verwerkt.

Bodem
Ook in 2006 was er geen enkel incident met bodemvervuiling. In 2000 is een oriënterend bodemonderzoek uitgevoerd, en in 2001 een beschrijvend bodemonderzoek. Het onderzoeksrapport werd begin 2002 ingediend bij OVAM, de Openbare Vlaamse Afvalstoffen Maatschappij. Hoewel uit de risicoanalyses bleek dat de verontreinigingskernen geen milieurisico’s inhouden, heeft OVAM toch om extra bodem- en wateranalyses gevraagd voor 2004 en 2005. Deze werden in 2005 allemaal uitgevoerd. In de loop van 2006 heeft de OVAM de conclusies van het beschrijvend bodemonderzoek aanvaard. Hierdoor is bodemsanering niet nodig, met uitzondering van een kleine oppervlakte die in 2000 als nieuwe verontreiniging werd geïdentificeerd.
Milieu-incidenten en klachten
Het voorkomen van milieu-incidenten vormt een belangrijk aandachtspunt in het milieubeleid. In 2006 is er voor het eerst sinds jaren geen milieu-incident voorgevallen waarbij er meer dan vijftig kg van een koolwaterstof of meer dan vijfhonderd kg van een kunststof onverwachts vrijkwam.

Er waren opnieuw geen externe milieuklachten.
Milieuvergunningen
In 2006 was er geen aanpassing nodig van de milieuvergunning van de vestiging.
Boetes
In 2006 kreeg Dow Tessenderlo geen enkele boete opgelegd.
Milieuzorg
In 2006 werd het ISO14001-gecertificeerde milieuzorgsysteem opnieuw onderworpen aan zowel een interne als een externe audit. Beide audits werden met succes afgerond.
In 2007 wordt het milieuzorgsysteem wederom doorgelicht aan de hand van een interne en een externe audit. Daarnaast wordt het milieuzorgsysteem dit jaar verder geïntegreerd met de andere zorgsystemen van de vestiging.
Externe veiligheid
De overheid heeft een aantal inspectiebezoeken uitgevoerd in het kader van de Belgische Seveso-wetgeving, over de risico’s voor industriële ongevallen. Nieuwe aanpassingen van de risico-analyses en het veiligheidshandboek waren niet nodig. In 2007 wordt een begin gemaakt met de vijfjaarlijkse aanpassing van deze risicoanalyses.

