Milieujaarverslag Terneuzen

Terneuzen is de grootste productievestiging van Dow buiten de Verenigde Staten. Er staan 26 fabrieken die kunststoffen en chemicaliën maken. De grondstoffen nafta en LPG worden hier in krakers omgezet in ethyleen, propyleen, butadieen en benzeen. Deze dienen op hun beurt onder meer als grondstof voor de productie van bulkchemicaliën, styreen, cumeen en ethyleenoxide, en kunststoffen zoals polyethyleen, polystyreen, polyurethanen en latex. In 2006 werd de recordproductie van 2004 opnieuw net niet geëvenaard. Verschillen kunnen vooral worden verklaard door geplande stopactiviteiten.

Het milieubeleid in Terneuzen wordt vastgesteld door het Responsible Care Leadership Team. De uitvoering van het beleid is in handen van het Environment, Health & Safety Leadership Team, dat een brede vertegenwoordiging heeft vanuit alle onderdelen van de vestiging.

Klimaat en energie: Broeikaseffect

Het Global Warming Potential (de invloed van vooral de uitstoot van kooldioxide op het broeikaseffect) van Dow in Terneuzen wordt nagenoeg volledig bepaald door de CO2-uitstoot van verbrandingsinstallaties.

De stoffen CO2, methaan en (H)(C)FK’s zijn verantwoordelijk voor het broeikaseffect. De invloed op het broeikaseffect is afhankelijk van de stof en wordt uitgedrukt in GWP (Global Warming Potential: 1 kg GWP komt overeen met 1 kg CO2).

Global Warming Potential
2002 2003 2004 2005 2006
CO2 (kton) 3.050 3.150 3.245 3.286 3.176
Methaan (ton) 279 218 237 348 298
HCFK’s (ton) 0,6 1,5 0,4 0,5 0,9
HFK’s (ton) 0,4 1,1 0,1 0,3 0,4
GWP (kton CO2 eq) 3.057 3.156 3.351 3.295 3.183

De CO2-productie en daarmee het Global Warming Potential zijn in absolute zin opnieuw iets afgenomen. De afname van het Global Warming Potential kan worden verklaard uit de iets verlaagde productie en het verbeterde gebruik van intern gegenereerd fuelgas, dat heeft geresulteerd in minder gebruik van aardgas en minder affakkelen.

Het Ozon Depletion Potential, dat de invloed van de uitstoot uitdrukt op de aantasting van de ozonlaag, is in 2006 iets toegenomen. Dit komt door een toename van lekverliezen vanuit koelinstallaties en hervatting van de verscheping van HCFK-houdende polyolformulaties.

Klimaat en energie: Energie-index

De energie-index geeft de ontwikkeling weer in de verhouding tussen het energieverbruik en de hoeveelheid geproduceerd product. Het energieverbruik per hoeveelheid geproduceerd product is in 2006 opnieuw iets toegenomen.

Verzuring

Stikstofoxiden (NOx), zwaveldioxide (SO2) en ammoniak (NH3) zijn verzurende stoffen. Er is opnieuw een kleine stijging te zien van met name de NOx-emissies. De toename komt vooral uit een verhoogde productie van Boiler 5 en verminderde beschikbaarheid van een Denox-unit van LHC-1.

Verzurende Stoffen
2002 2003 2004 2005 2006
NOx in ton per jaar 1.997 1.877 1.990 2.067 2.144
SO2 in ton per jaar 20 19 0,3 0,3 0,3
NH3 in ton per jaar 11 10 2,1 3,3 2,4

Vluchtige organische stoffen

De uitstoot van vluchtige organische stoffen (VOS), die van invloed zijn op de smogvorming, is gereduceerd door vooral een verminderd fakkelaanbod en het vaststellen van de N2-concentratie in het fakkelaanbod. Daarnaast zijn vooral de lekverliezen afgenomen.

Stof

Stof (fijnstof) problematiek vraagt meer en meer aandacht vanuit luchtkwaliteitseisen. De fijnstof-emissies worden nog altijd berekend op grond van overeengekomen berekeningsmodellen en zijn niet daadwerkelijk gemeten.

Uitstoot van VOS en stof

Water

Afvalwater van de diverse fabrieken wordt waar mogelijk beperkt aan de bron. Het resterende afvalwater wordt grotendeels verwerkt via de biologische zuiveringsinstallatie (Biox). Op het gebied van afvalwater en waterhergebruik heeft de Terneuzense vestiging in 2006 de beste prestatie ooit neergezet.

De Biox-conversies zijn bijna allemaal gestegen ten opzichte van 2005, door een beter beheer (gelijkmatiger aanbod) van de vuillast in het effluent. Ondanks een gemiddeld hoger vuilaanbod vanuit de fabrieken naar de Biox is door verbeterde beheers-mogelijkheden en maatregelen de vuilbelasting van het effluent naar de Schelde afgenomen. De hoeveelheid afvalwater is in 2006 afgenomen ten opzichte van 2005, terwijl de regenval over het jaar problematischer was dan in 2005. De vuillast vanuit het afvalwater is meer dan evenredig afgenomen. De slibuitspoelingsproblematiek is in de loop van het jaar 2006 wel verminderd, maar zeker niet verdwenen

In 2006 is hergebruik van zoet afvalwater, vooral door de verbeterde kwaliteit en specificaties, toegenomen tot 2.700.000 m3. Ook dat heeft geresulteerd in een verlaging van de vuillast naar de Schelde.

Water

Afval

Met behulp van afvalreductieplannen wordt gestreefd naar vermindering van de hoeveelheden afval. De nadruk ligt primair op de reductie van procesafhankelijk gevaarlijk afval. Daarna wordt gekeken naar de mogelijkheden van nuttig hergebruik of verwerken met energieterugwinning.

In de totale hoeveelheden afgevoerd afval zijn geen verbeteringen gerealiseerd, met name door productieproblematiek in de Polyurethaanfabriek. De meest significante deelproblematiek binnen de interne afvalaanpak is echter die van fakkelverliezen. In het vierde bedrijfsmilieuplan (BMP-4) is daarom een aantal projecten opgenomen om het fakkelaanbod te reduceren. Een deel van die projecten heeft al in 2006 een reductie van het fakkelaanbod naar de LHC-fakkels te zien gegeven.

De bouw- en sloopactiviteiten zijn toegenomen, resulterend in een toename van procesonafhankelijk afval.

Bodem

Het bodembeleid voor Dow Benelux richt zich op het voorkomen van nieuwe verontreinigingen en op het aanpakken van de historische verontreinigingen.

In 2006 werd de sanering van de voormalige Styreen1- en -2-fabrieken voortgezet. De sanering hield in het verwijderen van de restverontreiniging met behulp van een luchtinjectie- en extractiesysteem. De resultaten van deze sanering blijven achter bij de verwachtingen.

Drie nieuwe saneringsprojecten zijn in 2006 gestart: Sanering Marine Department, Sanering EB/Styreen 3 en Sanering FB-888. Vanuit deze saneringsprojecten is een grote hoeveelheid verontreinigde grond afgegraven en afgevoerd.

Daarmee is in 2006 ten aanzien van bodemverontreiniging een belangrijke stap richting de gewenste situatie gemaakt. Met het effectief voorkomen van nieuwe verontreiniging en de aangevangen sanerings-activiteiten zal de bodem- en grondwaterkwaliteit de komende jaren verbeteren.

Milieu-incidenten

In 2006 hebben binnen Dow 30 milieu-incidenten (emissies of morsingen groter dan 50 kilo) plaatsgevonden. Dit is een kleine verbetering van de prestatie in 2005. Het totale volume van deze incidentele emissies en morsingen bedroeg 102 ton. Die hoeveelheid werd vooral bepaald door een aantal grote polyol-morsingen.

De lichte verbetering blijft achter bij de zeer scherpe 2015-doelstellingen voor incident-reductie, die Dow in 2006 heeft gepubliceerd. Vertaling van de wereldwijde doelstelling van maximaal 100 milieu-incidenten naar de vestiging Terneuzen, betekent een 2015-doelstelling van slechts 4 milieu-incidenten in Terneuzen.

De vanuit vergunningsvoorschriften en overeengekomen procedures aan het bevoegd gezag te melden bedrijfssituaties zijn in 2006 significant afgenomen. De afname is het gevolg van herziene afspraken over incidentmeldingen en revisie van vergunningvoorschriften.

Dow ontving in 2006 negen klachten van omwonenden die allemaal te maken hadden met extra fakkelactiviteit in september. De negen klachten vormen een daling ten opzichte van 2005, maar significant is die reductie in het meerjaren-beeld niet.

Aantallen milieuincidenten

Overtredingen en boetes

Het bevoegd gezag formuleerde in 2006 vanuit incidentonderzoek en inspecties zes maal een formele waarschuwing voor een afwijking van een milieuvergunning door Dow. Er werden in 2006 geen ‘compliance orders’ ontvangen (formele waarschuwingen waarbij een opvolgingstermijn werd aangegeven waarbinnen de afwijking diende te worden verholpen om een boete te ontlopen).

De overheid heeft in 2006 geen boetes opgelegd of schikkingsvoorstellen gedaan. Wel lopen er nog enkele onderzoeken van incidenten in 2006, die mogelijk in 2007 nog tot registraties kunnen leiden.

Milieuzorg

In 2006 is het milieuzorgsysteem van de locatie Terneuzen opnieuw gecertificeerd tegen de ISO14001:2004-norm. Het milieuzorgsysteem moet waarborgen dat wordt voldaan aan de eisen die de maatschappelijke omgeving aan Dow stelt, met name in de vorm van wetgeving en vergunningen. Het systeem is gericht op een continue verbetering van de milieuprestaties.

In 2006 is voor het interne Dow ODMS-systeem een initiatief gestart om de eisen duidelijker en eenduidig te maken. Voor het milieudeel van het systeem betekent dit vooral een verschuiving naar het benadrukken van het voldoen aan externe wet- en regelgeving. Een aantal self assessments en audits zijn naar het einde van het jaar al met de nieuwe eisen uitgevoerd.

Bedrijfsmilieuplan

In 2006 werd het afsluitende bedrijfsmilieuplan (BMP-4) aan de overheid aangeboden voor de periode 2006 - 2010. Hierover is inmiddels een instemmingsverklaring afgegeven. Het BMP-4 omvat circa honderd maatregelen die ten opzichte van het BMP-3 wat meer verschuiving laten zien naar duurzaamheidsonderwerpen.