Inleiding
De vestiging in Kallo verwerkt specialistische chemicaliën in opdracht van klanten en is onderdeel van de Performance Chemicals and Thermosets groep. Het bedrijf is voortgekomen uit de firma Haltermann, later onderdeel van de Ascot-groep, en bestaat al sinds de jaren zeventig. Sinds 2001 is het onderdeel van Dow.
Het maatwerkproces dat de vestiging biedt, uit zich vooral in kwantitatief begrensde en tijdelijke productieopdrachten, en productie van chemicaliën met bijzondere en specialistische eigenschappen. Door de groei van het aandeel biodiesel, waarvan de productie in 2005 is begonnen, is de verwerkte hoeveelheid product aanzienlijk gestegen ten opzichte van voorgaande jaren.

Klimaat en energie
Ondanks de lichte stijging van de absolute CO2-uitstoot, is in 2006 een opmerkelijke prestatie geboekt. De productie verhoogde van 105.087 ton in 2005 naar 115.811 ton in 2006. Dat is een toename van 10 procent. De CO2-uitstoot daarentegen nam toe met slechts 995 ton, een stijging van 2 procent.

Lucht
Verzurende stoffen
Zowel de uitstoot van zwaveldioxide (SO2) als stikstofoxide (Nox) is de voorbije jaren voortdurend gedaald. Dit is het gevolg van de afbouw van stoomopwekking via stookolie, ten voordele van gas. In oktober 2006 werd de oude oliegestookte ketel definitief vervangen door een nieuwe gasgestookte stoomketel. Het effect hiervan is nu al merkbaar voor de SO2 en zal nog sterker tot uiting komen in 2007. Voor NOx is het verschil nog niet waarneembaar, wegens het hogere productievolume. Vanaf 2007 zal het effect ook hier te merken zijn.

Vluchtige organische stoffen
De emissies van organische stoffen ontstaan bij Dow Haltermann in Kallo via opslag en verlading, tijdens vacuumdistillatie en vooral bij de reiniging van kolommen en tanks. Dit laatste is typisch aan een ‘custom processing’-activiteit, waar in opdracht van derden producten worden geproduceerd en/of gedistilleerd en er onvermijdelijk vele omschakelingen plaatsvinden.
In 1997 werd met de overheid in een emissiereductieplan afgesproken om deze emissies te verminderen met ruim 80 procent over de volgende tien jaar. Om dit te bereiken worden de meest vluchtige stoffen alleen opgeslagen in een hiervoor speciaal uitgerust tankpark. Hier worden de ontstane emissies afgeleid naar een condensatie-installatie en de restemissies naar een thermische verbranding. Ook emissies afkomstig van de reiniging van tanks en procesinstallaties worden naar de naverbrander afgeleid. Deze investeringen lopen nog tot eind 2007.

Water
Door het hogere productievolume is ook het afvalwaterdebiet (kubieke meters per uur) weer gestegen.
In 2006 werd in onze waterzuiveringsinstallatie een afbraakrendement gehaald van bijna 94 procent. Dit is ook nodig, vanwege de verscherpte lozingsnormen die midden 2006 in werking zijn getreden.

Vanaf 7 juni 2006 werd de lozingsnorm van onderstaande parameters als volgt verlaagd:
- CZV-norm (chemisch zuurstofverbruik): van 750 naar 300 mg O2/l
- BZV-norm (biologisch zuurstofverbruik): van 100 naar 25 mg O2/l
- totaal stikstofgehalte: van 100 naar 30 mg N/l
Deze nieuwe normen konden tijdens de tweede helft van 2006 goed worden gerespecteerd. Er werden slechts twee overschrijdingen van de CZV-norm geregistreerd.
Afval
Ook in 2006 is de grootste hoeveelheid afval afkomstig van distillatieresidu’s (3702 ton), waarvan het grootste deel hoogcalorisch is, dat wil zeggen met een hoge energiewaarde.

Bodem
Voor de verder afwerking van het beschrijvend bodemonderzoek werd een aantal peilbuizen op het terrein herbemonsterd en geanalyseerd op specifieke paramaters. Ook werd een aantal extra peilbuizen geplaatst buiten het bedrijfsterrein, om de afbakening van de verontreiniging beter in kaart te kunnen brengen. Het definitieve rapport wordt verwacht in 2007.
Milieu-incidenten
Het voorkomen van milieu-incidenten (morsingen oftewel losses of primary containment) vormt een belangrijk aandachtspunt in het milieu- en veiligheidsbeleid. Hierdoor is het aantal rapporteerbare morsingen voor de vierde keer op rij gedaald, en werd een nieuw record gezet (119 dagen in plaats van 106 dagen).
Toch blijft de vestiging Kallo ver beneden de verwachtingen die Dow wereldwijd stelt met betrekking tot het aantal rapporteerbare morsingen en ten opzichte van de meeste andere Dow-vestigingen. Er is dus nog een grote inspanning vereist om tot het gewenste resultaat te komen (geen enkele gedragsgerelateerde morsing en zo min mogelijk technisch falen).

Vergunningen
Als gevolg van de potentiële uitbreidingsmogelijkheden voor biodiesel is besloten om de bestaande verwerkingscapaciteit van de vestiging uit te breiden van 177.500 ton/jaar naar 350.000 ton/jaar. Daarvan zijn ongeveer 150.000 ton diverse producten en 200.000 ton biodiesel. Daarbovenop wordt nog 100.000 ton menging (blending) van biodiesel gepland.
Hiervoor is een begin gemaakt met de opmaak van een MER (milieueffectrapport) en een OVR (omgevingsveiligheidsrapport), die na conformverklaring, als noodzakelijke bijlage toegevoegd worden aan de eigenlijk vergunningaanvraag. Het definitieve besluit wordt verwacht in 2007.
Meldingen
In 2006 werden tien meldingen met betrekking tot normoverschrijdingen gedaan aan de milieu-inspectie. Alle meldingen hadden betrekking op de waterzuivering en met name op slibuitspoeling via de nabezinker. Daarom werd in 2006 een membraaneenheid gebouwd ter vervanging van deze nabezinker, die begin 2007 in gebruik wordt genomen.

