Products and Services Investor Relations This is Dow Our Commitments Careers  
dow benelux

Milieujaarverslag Terneuzen

Terneuzen is de grootste productievestiging van Dow buiten de Verenigde Staten. Er staan 26 fabrieken die kunststoffen en chemicaliën maken. De grondstoffen nafta en LPG worden hier in krakers omgezet in ethyleen, propyleen, butadieen en benzeen. Deze dienen op hun beurt onder meer als grondstof voor de productie van bulkchemicaliën, styreen, cumeen en ethyleenoxide, en kunststoffen zoals polyethyleen, polystyreen, polyurethanen en latex. In 2005 bleef de productie iets achter ten opzichte van het recordjaar 2004.

Het milieubeleid in Terneuzen wordt vastgesteld door het Responsible Care Leadership Team. De uitvoering van het beleid is in handen van het Environment, Health & Safety Leadership Team, dat een brede vertegenwoordiging heeft vanuit alle onderdelen van de vestiging.

2005-doelstellingen

De interne basis voor het milieubeleid in Terneuzen was voor de voorbije tien jaar het wereldwijde programma dat Dow in 1995 aankondigde om de uitstoot van schadelijke stoffen tegen 2005 met 50 procent te verminderen ten opzichte van 1994. Voor bepaalde stoffen gold zelfs een reductiedoelstelling van 75 procent. Daarnaast waren voor de hoeveelheid energie en afval reductiedoelstellingen van respectievelijk 20 en 50 procent vastgesteld. Naast deze doelstellingen is in de afgelopen jaren steeds meer nadruk gelegd op het voldoen aan interne en externe regelgeving.

In 2005 is Dow in Terneuzen er in geslaagd om op het gebied van emissies naar lucht verdere verbeteringen te realiseren. Op het gebied van energie, afval en afvalwater zijn in het verslagjaar geen verdere verbeteringen geboekt. De lange termijn doelstellingen voor 2005 voor emissies en afvalwater zijn volledig gerealiseerd. De energieprestatie is door de jaren weliswaar aanzienlijk verbeterd, maar onvoldoende om de scherpe 2005-doelstelling te realiseren. Ook de afvalreductiedoelstelling is niet gehaald. Verbeteringen op deze deelgebieden zullen daarom zeker deel uitmaken van de wereldwijde doelstellingen voor 2015.

Het aantal geregistreerde milieu-incidenten, morsingen, is in 2005 verder teruggedrongen, waarmee sinds 1994 een reducte van 80 procent is gerealiseerd. De milieu-invloed van deze incidenten is zeer beperkt gebleven.

Milieuprestaties

Klimaat en energie

Het Global Warming Potential (GWP = de invloed van vooral de uitstoot van kooldioxide (CO2) op het broeikaseffect) is in 2005 in absolute zin iets afgenomen. Dit is in lijn met de iets verminderde productie.

Het GWP in Terneuzen wordt nagenoeg volledig bepaald door de CO2-uitstoot van verbrandingsinstallaties. De CO2-uitstoot van de drie krakers vormt circa 85 procent van de totale CO2-uitstoot.

GWP-index

tern-gwp

Emissiehandel

In 2005 is de emissiehandel gestart; het kopen of verkopen van de rechten op de uitstoot van kooldioxide (CO2) en stikstofoxiden (NOx). Doel van de handel is dat Nederland per saldo zijn bijdrage levert aan de daling van de uitstoot van deze gassen, zoals overeengekomen in het Kyoto-protocol. Een deel van de chemische industrie valt tot 2008 buiten de CO2-emissiehandel. Deze tijdelijke uitsluiting is mogelijk voor zogenaamde ’niet aangewezen sectoren’, die bezwaar hebben aangetekend. Dit heeft te maken met de ongelijkheid binnen de EU bij de behandeling van de chemische industrie op dit vlak.

Energie-index

De energie-index geeft de ontwikkeling weer in de verhouding tussen het energieverbruik en de hoeveelheid geproduceerd product. Het energieverbruik per hoeveelheid geproduceerd product is in 2005 iets toegenomen. De toename is voor een belangrijk deel terug te voeren op de krakertrips in het eerste kwartaal van 2005. Daarnaast speelt ook de verminderde en wisselende bezettingsgraad van enkele fabrieken een rol in de terugval van de energieprestaties.

Energie efficiency index (1999= 100%)

Energie Efficiency Index

Ozonlaag aantastende stoffen

Het Ozon Depletion Potential, (ODP, dat de invloed van de uitstoot uitdrukt op de aantasting van de ozonlaag), is in 2005 iets toegenomen door een kleine toename in de lekverliezen. Na de volledige overgang naar hloorfluorkoolwaterstof (HCFK) en Fluorkoolwaterstof (HFK) is de bijdrage van Dow Terneuzen in deze problematiek verwaarloosbaar. Dow heeft wel het plan om vóór 2010 volledig HCFK-vrij te zijn.

Verzurende stoffen

De uitstoot van verzurende stoffen, emissies van stikstofoxiden (NOx), zwaveldioxide (SO2) en ammoniak (NH3), nam licht toe. Met name de uitstoot van stikstofoxides (NOx) nam toe doordat kentallen opnieuwe moesten worden bemeten in het ader van de deelname aan de emissiehandel.

Medio 2005 is de NOx-emissiehandel van start gaan. De eerste rechten zijn inmiddels verkocht.

Verzurende stoffen

verzurende

Vluchtige organische stoffen

De uitstoot van vluchtige organische stoffen (VOS), die van invloed zijn op de smogvorming, is in 2005 in geringe mate gedaald ten opzichte van 2004.

Vluchtige organische stoffen en stof

tern_vos

Stof

Stof (fijnstof) bestaat voornamelijk uit roet afkomstig van vooral fakkelen. In 2005 zijn de stofemissies ten gevolge van fakkelen opnieuw vastgesteld na de implementatie van nieuwe fakkeltips op drie fakkels in de jaren ervoor. De hoeveelheid roetend fakkelen is aanzienlijk afgenomen in 2005.

Water

De hoeveelheid afvalwater die geloosd is naar de Westerschelde is in 2005 toegenomen. Afvalwater wordt grotendeels verwerkt via de biologische zuiveringsinstallatie (Biox). Het hergebruik van zoet Biox-effluent is in 2005 teruggevallen door kwalitetsproblematiek. In 2005 is bij extreme regenval situaties wel vaker gebruik gemaakt van rechtstreeks overstorten om wateroverlast op de site te voorkomen.

Afvalwater naar Westerschelde

Afvalwater naar Westerschelde

Ook de afvalwatervuillast naar de Westerschelde is toegenomen. Dit wordt uitgedrukt in inwonersequivalenten: één inwonerequivalent staat gelijk aan het biologisch zuurstofverbruik van de afvalstoffen die zich in het afvalwater van één inwoner per etmaal bevinden.

Afval

Hieronder worden de verschillende afvalstromen gerapporteerd. Met behulp van afvalreductieplannen wordt gestreefd naar vermindering van de hoeveelheden afval. De nadruk ligt primair op de reductie van procesafhankelijk gevaarlijk afval. Daarna wordt gekeken naar de mogelijkheden van nuttig hergebruik of verwerken met energieterugwinning.

Procesafhankelijk gevaarlijk afval

Op het gebied van afvalreductie en -verwerking zijn opnieuw belangrijke vorderingen geboekt. Voor procesonafhankelijk afval is dat weer toe te schrijven aan de lage projectactiviteit in vergelijking met voorgaande jaren.

In het procesafhankelijke deel van het afval zijn de verbeteringen minder duidelijk of worden tenietgedaan door toename van andere stromen, zoals de externe verwerking van afvalwaterzuiveringsslib.

Bodem

Het bodembeleid voor Dow Benelux richt zich op het aanpakken van de historische verontreinigingen en op het voorkomen van nieuwe verontreinigingen.

Dow is aangesloten bij de Stichting Bodemsanering Bedrijfsterreinen (BSB) Zuid. In dit kader is een saneringsplan gemaakt dat in 2000 door de overheid werd goedgekeurd. De kosten van het saneringsprogramma, dat minimaal vijftien jaar in beslag neemt, bedragen circa 4,5 miljoen euro. In 2004 werd op de vestiging van de voormalige Styreen1- en 2-fabrieken met behulp van een luchtinjectie en -extractiesysteem de verwijdering van restverontreiniging voortgezet. De afgelopen jaren is veel onderzoek gedaan naar de aard en de mate van de verontreinigingen. Na jaren van onderzoek zullen in 2005 concrete saneringsactiviteiten worden gestart.

In 2005 zijn op zeventien fabrieken bodemrisico-inventarisaties afgerond. De resterende inventarisaties zullen in 2006 worden uitgevoerd. Om nieuwe bodem-verontreiniging te voorkomen, is in de voorbije jaren onder meer een preventief rioolinspectie programma opgezet.

Met het effectief voorkomen van nieuwe verontreiniging en de aangevangen sanerings-activiteiten zal de bodem- en grondwaterkwaliteit de komende jaren verbeteren.

Milieu-incidenten

In 2005 hebben 32 milieu-incidenten (emissies of morsingen groter dan 50 kilo) plaats gevonden. Dit is opnieuw bijna 20 procent minder dan in het voorgaande jaar.De totale afname van geregistreerde milieu-incidenten sinds 1994 komt hiermee op 80 procent. 23 van die incidenten waren geheel of gedeeltelijk buiten opvangsystemen.

In 2005 is zeventien keer een melding aan de overheid gedaan van een afwijking van een milieuvergunning; in het kader van de Wet Verontreiniging Oppervlaktewater werden vijftien meldingen gedaan van een vergunningoverschrijding. Twee meldingen hadden te maken met het overschrijden van een WM-vergunningvoorschrift.

Klachten

Het aantal externe klachten in 2005 bedroeg 22. Bijna alle klachten hadden te maken met de fakkelproblematiek bij de grote storing begin 2005. In één geval werd een klacht ingediend wegens het afgaan van een stoomveiligheid.

Het beheersen van van het fakkelaanbod bij storings- en opstartsituaties blijft uit oogpunt van klachten een belangrijk aandachtgebied.

Milieu-incidenten

incidenten

Vergunningen

Belangrijk was de verlening van de Vergunning op Hoofdlijnen in het kader van de Wet Verontreiniging Oppervlaktewateren. Er was een aanmelding voor een Milieu Effect Rapportage. Tot slot zijn er acht bouwvergunningen en twee sloopvergunningen verstrekt.

Meldingen aan de overheid

Er is 40 keer een melding aan de overheid gedaan van een afwijking van een milieuvergunning of een emissie of morsing van meer dan 50 kilogram.

Overtredingen

De overheid constateerde tweemaal een afwijking van een milieuvergunning zonder over te gaan tot een boete. Er werden in 2005 geen formele waarschuwing afgegeven. Voor twee overschrijdingen van de WVO-vergunning vanuit 2004 werd in 2005 alsnog een boete ontvangen van Rijkswaterstaat.

Milieuzorg

Het milieuzorgsysteem is gehercertificeerd tegen de gereviseerde ISO 14001-norm. De normwijziging van november 2004 betrof vooral een verzwaring van de aandacht voor indirecte milieuaspecten (zoals levenscyclusproducten en milieuaspecten van logistiek), invloed in de keten (samenwerking met leveranciers en klanten) en communicatie met belanghebbenden.

Het milieuzorgsysteem moet waarborgen dat wordt voldaan aan de eisen die de maatschappelijke omgeving aan Dow stelt, met name in de vorm van wetgeving en vergunningen. Het systeem is gericht op een continue verbetering van de milieuprestaties. Het zorgsysteem draagt er aan de hand van zelfcontrole toe bij, dat in geval van afwijkingen corrigerende maatregelen worden genomen om herhaling te voorkomen. Het milieuzorgsysteem legt de nadruk op de eigen verantwoordelijkheid van het bedrijf voor het beheersen van de milieuprestatie.

Bedrijfsmilieuplan

In april 2005 werd de voortgang van het Bedrijfsmilieuplan (BMP 3) over 2004 gerapporteerd aan de overheid. Circa 96procent van de in het plan opgenomen maatregelen zijn gerealiseerd.

In 2005 is na een uitvoerige inventarisatie het concept Bedrijfsmilieuplan (BMP 4) opgesteld voor de periode 2006-2010. In 2006 zal dit worden beoordeeld door het bevoegd gezag en definitief worden vastgesteld. De maatregelen daarin moeten het volledig voldoen aan de Integralke Milieu Taakstelling voor de Chemische Industrie borgen.

Met de nu oopgenomen plannen lijkt de Dow-bijdrage in die taakstelling voor de chemische industrie meer dan voldoende.